Ontdek elke dag een artikel over een inspirerende bestemming: duurzaam, ecologisch en respectvol
Haspengouw is een paradijs voor natuurliefhebbers, met talloze fiets- en wandelroutes door het glooiende landschap. We reizen naar het zuiden van deze regio om haar per fiets te ontdekken en te verkennen. Zo passeren we in Alden Biesen, Borgloon, … en langs vele kleine dorpen en prachtige fruitplantages.
We logeren in 4 sterren Hotel Martin’s Rentmeesterij. Het ligt direct naast de muren van de voormalige Landcommanderij Alden Biesen in Bilzen-Hoeselt. Het hotel nodigt uit met de belofte van rust, stilte en comfort op een plek waar geschiedenis nog steeds leeft. Voor wie niet alleen op zoek is naar een overnachting, maar ook naar een ervaring. Hotel Martin’s Rentmeesterij is zorgvuldig gerestaureerd. Het combineert de oude sfeer met het comfort van een modern premium hotel: met elegante interieurs, uitgestrekte tuinen en een mooie wellness.
Ons bezoek aan de Landcommanderij is kort: we wandelen langs de gebouwen, door de tuinen en bezoeken binnen de tijdelijke expositie Hooitijd van Roger Raveel. Tijdens de restauratie van het Raveel Museum in Machelen-aan-de-Leie wordt zijn werk elders vertoond: in Alden Biesen levert dat een merkwaardige symbiose met de andere aanwezige kunstwerken en het historische gebouw op.
Volgende stop is Borgloon, tegenwoordig onderdeel van de stad Tongeren-Borgloon. Borgloon en de omliggende regio’s in Haspengouw hebben een unieke geschiedenis, die zich onderscheidt van de rest van Vlaanderen. Dat maakt de regio bijzonder interessant. De Romeinen waren zeer actief in deze streek en hebben blijvende sporen achtergelaten. Tussen de weiden en landbouwgrond zijn nog steeds delen van oude Romeinse heerbanen te vinden, naast waar ooit Romeinse villa’s stonden. Borgloon was de hoofdstad van het Graafschap Loon. De stad heeft overwogen om de heerbanen volledig op te graven, maar dit stuitte op weerstand van de boeren, omdat het hun werk zou bemoeilijken. Het compromis werd een vlak wegdek voor de wielen van de transportmiddelen van de boeren, met in het midden de Romeinse heerbaan. Met vergezichten tot in Luik beweren de inwoners van Borgloon dat ze in de hoogste stad van Vlaanderen wonen. Dat klopt niet, maar wat we wel kunnen verzekeren, is dat het uitzicht adembenemend is, vooral bij goed weer en een blauwe lucht. Vanaf deze hoogten komt ook een andere vorm van schoonheid tot uiting, in de vorm van kunst.
PIT is een artistiek project dat kunst in de open ruimte plaatst. Het project werd in 2012 opgezet met de oorspronkelijke bedoeling om de kunstwerken slechts vijf jaar te laten staan. Vanwege het enorme succes zijn de kunstwerken nog steeds te bewonderen in de omgeving. De grote publiekstrekker is “Reading between the Lines” van het architectenduo Gijs Van Vaerenbergh, in de volksmond beter bekend als het doorkijkkerkje. Volgens de Britse krant The Guardian is dat het mooiste plekje van België. “Reading between the Lines” is 10 meter hoog en bestaat uit 100 op elkaar gestapelde lagen staalplaat, die de vorm hebben van een Loons kerkje. Het gebruikte materiaal verwijst naar de pallets die in de fruitteelt in de omgeving worden gebruikt. Dankzij de speciale constructiewijze blijft het landschap altijd zichtbaar door de kerk heen, zowel van op afstand als van dichtbij. Vanuit een bepaald punt zie je ook de kerk van Borgloon door het doorkijkkerkje. Dat hebben we tijdens onze wandeling pas door als we richting het doorkijkkerkje stappen. Het kunstwerk is ook een soort protest: het architectenduo wou hiermee aangeven dat een kerk niet per se voor religieuze doeleinden gebruikt hoeft te worden. Het ‘doorkijkkerkje’ is zo populair dat er in China zelfs een kopie van is gemaakt.
We starten onze fietstocht in een wijde boog rond Borgloon. In Hoepertingen belanden we al meteen in een wereld vol fruitbomen, met adembenemende vergezichten over glooiende velden. Ver weg zien we enkele kerktorens als eenzame bakens. Geen twijfel mogelijk: dit is de fruitschuur van België, want de boomgaarden en veilingen zijn talrijk. Zelfs de Romeinen wisten al dat de streek vruchtbaar was, ze beloonden hun soldaten met een stuk grond. Iets verderop rond Tongeren liggen tientallen ’tumuli’ of grafheuvels, stille getuigen van de Romeinse aanwezigheid in deze streek.
Haspengouw is ook een land van kastelen, je vindt er in dit landschap een honderdtal! We bezoeken de dertiende-eeuwse kapel van Helshoven aan de Romeinse weg. Het interieur en het meubilair, allemaal uit de zeventiende eeuw, zijn opvallend goed bewaard gebleven. Op de weg naar Mettekoven zien we Chateau de la Motte met de ‘peperbustorentjes’, de fraaie binnenplaats en malsgroene tuinen. Mettekoven kan uitpakken met het mooiste plein van Limburg, heerlijk gelegen tussen de boerenhoven. In Gutschoven bewonderen we een achttiende-eeuwse boerderij die nog ‘gekaleit’ (geverfd) is. De arduinen lomperiken aan weerszijden van de poort moesten de muur beschermen tegen de karrenwielen. Ook de ‘uilengaten’ in de muren hebben een specifieke functie: het zijn verluchtingsgaten van de graanschuur. Het plaatsje Veulen verrast met een neogotische kerk. Het gebouw uit de vijftiende eeuw is indrukwekkend en heeft eerder de allures van een kathedraal. De kerk is opgetrokken uit mergel. Dat is niet zo vreemd als je weet dat de mergellagen zich hier onder de vruchtbare leem bevinden. In Horpmaal zien we de Hoeve Renwa met haar binnenkoer en tuinen. Daar werden vroeger druiven en exotische vruchten gekweekt, een ongekende luxe voor die tijd. Nu is het Goed van Gothem een feestzaal.
Het kasteel van Hex in het dorp Heks is een classicistisch pareltje. De prins-bisschop van Luik bouwde het als jachtverblijf. In het slot, volledig ingericht in achttiende-eeuwse stijl, vind je Indische, Chinese en Saksische kamers en groene, witte en rode salons. Je kan er bovendien heerlijk rondwandelen in Engelse, Franse en Chinese tuinen. Vooral de rozentuin is bijzonder geslaagd. Richting Jesseren wijst een opschrift op de vroegere tingieterijen, ooit een bloeiend ambacht rond Tongeren. De Haspengouwse ondergrond bleek namelijk geschikt voor de aanmaak van matrijzen. Maar tin raakte steeds meer uit de mode, waardoor het ambacht verdween. In een boomgaard langs de weg zien we enkele palen bedoeld om de roofvogels aan te trekken. Uilen, buizerds en sperwers gebruiken ze immers als observatiepost. Die vangen de ongewenste ratten en muizen die knagen aan de wortels van de bomen. Of hoe de natuur die andere natuur bestrijdt.
Dan rijden we naar Guigoven en Kerniel. In de verte ligt de stroopfabriek van Borgloon. Vroeger werd het onverkochte fruit in de winter gebunkerd en tot stroop gestookt. Die activiteit stopte in de jaren 1980, toen stroop niet langer in trek was. Nu komt het plakkerige goedje stilaan terug. De stroop van Borgloon is honderd procent natuurlijk, want enkel op basis van de pectine van appelen en peren. Tien kilo fruit geeft één kilo stroop. Het kasteel van Ruilingen, voorbij het beschermde dorpje Kuttekoven, is onze volgende halte. In 1640 werd het huidige kasteel gebouwd in Maaslandse renaissancestijl. We zien barokinvloeden in de frontons boven de datumsteen, de deuren en de vensters. Het kasteel kijkt terug op een rijk verleden: in de middeleeuwen, tijdens de heerschappij van de graven van Loon en het prinsbisdom Luik, stond er op deze plaats een ‘mottoor’ of torenburcht. De gewelfde kelders en de onderbouw van het huidige kasteel zouden uit die tijd afkomstig zijn. De waterput in de versterkte toren zorgde ervoor dat de bewoners lange belegeringen konden doorstaan. De provincie Limburg heeft op de terreinen rond het kasteel een arboretum en een fructuarium aangelegd. Naast een wetenschappelijk interessante verzameling houtgewassen zijn er tientallen variëteiten hoogstamfruit.
Klaar voor een sportieve vakantie met de fiets? Dan is Belgisch-Limburg jouw ideale bestemming. De meest groene provincie van Vlaanderen is een paradijs voor elke fietser. Zoals het glooiende Haspengouw dat verrast met haar miljoenen bloesems of tonnen plukrijp fruit, wijndomeinen, kastelen, kunst in de open ruimte, de iconische fruitstad Sint-Truiden en de oudste stad van België Tongeren. Voor onze fietstocht gebruikten we het Limburgse fietsknooppuntennetwerk en de bijbehorende fietskaart. Het netwerk van Limburg bestaat uit meer dan 2.000 kilometer fietsroutes die via knooppunten (kruispunten van fietspaden) met elkaar verbonden zijn. De knooppunten zijn genummerd en worden duidelijk zichtbaar aangegeven op blauwe rechthoekige borden. De borden staan op ooghoogte en bewegwijzeren de fietsroutes in twee richtingen. Op deze manier fiets je via een eenvoudig systeem van knooppunt naar knooppunt en stippel je zelf je route-op-maat uit. Via nummeringen op het fietsroutenetwerk kan je de beschreven route volgen.