Ontdek elke dag een artikel over een inspirerende bestemming: duurzaam, ecologisch en respectvol
De Spaanse enclave Melilla aan de noordkust van Afrika, is een van de laatste stukjes Europa op Afrikaanse bodem. De Middellandse Zee klotst tegen de rotsachtige kusten terwijl aan de horizon de contouren van het Rifgebergte zich scherp aftekenen. In de verte doemt de grensmuur op: imposant en beladen met betekenis.
Melilla mag dan klein zijn, aan kustlijn en karakter ontbreekt het niet. Een blik op de kaart en je ziet het meteen: deze stad is gezegend met een verrassende verscheidenheid aan stranden. Van zachte zandstranden waar je lui in de zon kunt liggen, tot ruiger, grof zand, rotsachtige kliffen en kiezelbaaien: hier vind je werkelijk elke denkbare kustvorm.
Een van de meest bijzondere plekken is Aguadul, een strand verscholen aan de voet van een klif. De naam klinkt als poëzie, en dat is het ook. Aguadul is een samenvoeging van het Spaanse agua (water) en dulce (zoet), verwijzend naar een steen op het strand waaruit fris, zoet bronwater stroomt.
Niet ver daarvandaan ligt de haven van Melilla, het levendige hart van de stad. Hier keren vissersboten terug met hun vangst, wordt gelachen, geschreeuwd, gewerkt en gerust. “Meestal genieten we van heldere luchten en zonnige dagen, zoals vandaag,” zegt onze gids Beltran terwijl hij zijn blik omhoog richt naar de diepblauwe hemel. De zon werpt warme stralen over de dobberende bootjes in de haven. “Het weer is hier vaak warm, maar ook vochtig. Soms voelt het alsof je letterlijk ín een wolk leeft. De lucht smaakt bijna zout: je proeft de zee zonder haar te zien.”
Wil je in het hart van dit alles verblijven? Dan is Hotel Melilla Puerto de perfecte plek. Vlak bij de haven en met zicht op zee is het een ideale uitvalsbasis om de stranden, de stad en haar ritme te leren kennen.
Melilla is een stad van contrasten. Van Europese straatbeelden tot Arabische invloeden, van militaire posten tot weelderige modernistische architectuur. Aan de zuidrand ligt het indrukwekkende grenshek, dat Melilla scheidt van Marokko. Tientallen kilometers hekwerk, metershoog en voorzien van prikkeldraad, camera’s en sensoren.
Tijdens een begeleide panoramische route naar de buitenforten wordt de geschiedenis van verdediging tastbaar. Hier, waar Spaanse wachttorens uitkijken op Marokkaanse heuvels, hoor je verhalen over belegeringen, invasies en diplomatieke spanningen.
We staan aan de voet van Victoria Grande, een robuust fort met hoge, zandkleurige muren die zich al eeuwen tegen de zeewind verzetten. Naast ons ligt Victoria Chica, de kleinere tegenhanger. De twee forten lijken bijna broers, elk met hun eigen rol in de verdediging van de stad. “Tijdens het Grote Beleg van 1775,” vertelt de gids terwijl we naar binnen stappen, “werden deze forten versterkt om de stad te beschermen tegen stammen uit het Marokkaanse binnenland. Elf maanden lang stond Melilla onder druk. Vanuit deze muren werd gevochten, gewaakt… en volgehouden.”
Binnen de forten hangen nog steeds echo’s van het verleden. In een koele, met vocht doortrokken ruimte stoppen we even. “In de jaren ’30, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, zaten hier communisten gevangen. Later, tot in de jaren tachtig, werden hier ook ETA-leden vastgehouden. Soms zaten er tot zestig mensen in één kamer. Geen bedden, nauwelijks licht. Alleen steen, ijzer, en wachten.”
Onder onze voeten ligt een vergeten wereld: tunnels uit 1775 waarin aanvallers en verdedigers elkaar ondergronds bevochten. De Marokkaanse belegeraars probeerden via tunnels onder de stadsmuren te komen. Maar de Spanjaarden ontdekten hun plannen en groeven tegen-tunnels om hen tegen te houden. Hier, onder ons, is het nog steeds een doolhof van ingestorte gangen. Niet toegankelijk voor bezoekers, maar ze zijn er nog. Een ondergrondse herinnering aan hoe ver men ging om deze stad te beschermen.
Wat verderop doemt een andere vesting op aan de rand van de stad: Rostro Gordo, letterlijk ‘dik gezicht’. Ooit een militaire gevangenis, nu een plek voor sportevenementen, religieuze feesten en burgerlijke ceremonies.
En dan is er nog Garsiete, of GAR 7, de grote militaire basis van Melilla. “Hier worden helikopters, vliegtuigen, antiaircraft-artillerie en ander militair materieel opgeslagen,” zegt onze gids. “De basis heeft een strategisch doel: controle over de Straat van Gibraltar. Melilla mag klein zijn, maar haar militaire betekenis is groot.”
Terwijl de zon langzaam zakt achter de stadsmuren, sluit onze gids de rondleiding af met een zucht. “Melilla is geen gewone stad. Ze bestaat uit lagen. Elke steen, elke tunnel, elk gebouw draagt verhalen met zich mee. Van oorlog en verzet, tot hoop en verzoening.”
’s Avonds keert de rust terug aan de kust. De zon zakt traag weg achter de horizon, de hemel kleurt koper en lavendel, en het ruisen van de zee vervangt het rumoer van de dag. Aan het strand van Melilla, precies daar waar zand en zee elkaar fluisterend ontmoeten, ligt Soul Beach: een stijlvol maar ontspannen restaurant.
Met uitzicht op de kabbelende golven schuiven we aan voor een diner dat alle zintuigen streelt. We starten met een tapa van machegokaas en flinterdunne rauwe hesp. Het is een eenvoudige maar rijke combinatie die smelt op de tong. Daarna volgt een frisse salade met geitenkaas, aardbeien en kiwi: een speelse mix van zoet en hartig, verrassend in zijn eenvoud. De gerechten weerspiegelen de ziel van Melilla: een smeltkroes van culturen, smaken en verhalen.
Langzaam begrijpen we dat de stad ooit klein begon, een nederzetting op een eilandachtig stuk land. Door de eeuwen heen breidde Melilla zich uit, en met elke uitbreiding kwam er ook een nieuwe verdedigingslaag: het eerste precinct uit 1496, het tweede in de 16e eeuw, het derde in de 17e en het vierde, met de grote forten zoals Victoria Grande, in de 18e eeuw. Onze gids buigt zich naar ons toe en zegt met een glimlach: “Zie het als de verdedigingsgordels van een stad die zich in lagen uitbreidde door de eeuwen heen: elk precinct is een hoofdstuk in het verhaal van Melilla.” We staan aan de zware poort die toegang geeft tot het derde precinct van Melilla la Vieja, de oude vestingstad die als een levende geschiedenissteen tegen de Middellandse Zee aanleunt. De zon werpt lange schaduwen over de verweerde muren terwijl we ons een weg banen door de Oude Stad.
We komen bij een plek die een schaduw werpt over de geschiedenis: het Bastion van de Vijf Woorden. Onze gids vertelt met ingetogen stem: “Vroeger was dit een gevangenis. Veroordeelden kregen hier hun laatste vijf woorden: ‘Creo en Dios Padre Todopoderoso’: ‘Ik geloof in God, de Almachtige Vader’.” Een koude rilling loopt over onze rug. De muur lijkt gewichtiger, bezwaard door geloof en dood, het verleden tastbaar in de stenen.
We steken een stevige stenen brug over die ooit een ophaalbrug was, strategisch om vijanden buiten te houden. Achter de poort ontvouwt zich het tweede precinct, met nauwe doorgangen en brede pleinen waaronder het Plein van de Cisternen. Hier bevonden zich ondergrondse kamers gevuld met water om de stad in leven te houden. De muren zijn bedekt met kleine symbolen: metselaarsmerken, stille handtekeningen van de vaklieden die hier werkten.
Een bijzondere ontdekking wacht ons wanneer we de smalle tunnels ingaan, die onder het religieus museum lopen. Na enkele meters klaart het duister op en bereiken we een betoverend klein strand, een verborgen stukje kust dat alleen via deze tunnels bereikbaar is. Het geluid van de golven breekt zachtjes tegen de rotsen, de zilte zeelucht vermengt zich met het mysterieuze gevoel van deze geheime plek. Het zonlicht breekt door een opening hoog boven ons en danst op het kalme water. Een plek die lijkt te bestaan buiten de tijd, waar de geschiedenis van de vesting en de zee elkaar stil omarmen.
Terug boven de grond brengt het Militair Museum ons opnieuw in contact met het verleden van Melilla. Het museum toont een indrukwekkende collectie wapens, uniformen en militaire uitrusting, zorgvuldig gepresenteerd om de eeuwenoude strijd en bescherming van de stad te laten zien.
Maar het hoogtepunt is het panoramisch uitzicht dat je vanaf het dak van het museum hebt. Hier, hoog boven de oude muren, strekt zich een adembenemend zicht uit over de stad, de kustlijn en de uitgestrekte zee tot aan de horizon. De vestingwerken ontvouwen zich als een open boek onder je, de contouren van de precincts zijn duidelijk zichtbaar, en in de verte glinstert de Gurugú-berg, als een stille wachter aan de rand van het land.
Na onze ontdekkingsreis door de lagen van Melilla la Vieja, trekken we richting het charmante restaurant La Flaca, een verborgen parel net buiten de oude stadsmuren. Onze reisbegeleider Jennifer van ‘Tu Guia en Melilla’ zit ons op te wachten met een stralende glimlach. Zodra we binnenstappen, omarmt de warme, gezellige sfeer ons. Het interieur is een mix van rustieke houten tafels, kleurrijke tegels en zachte verlichting: een perfecte plek om even te ontsnappen aan de hitte van de middagzon.
Melilla wordt vaak omschreven als de “modernistische nicht van Barcelona”, en nergens is dat voelbaarder dan hier, waar kleurige mozaïeken, art-nouveau details en smeedijzeren balkons samen een openluchtmuseum vormen.
In het hart van Melilla, staat het imposante Casa Consistorial – het stadhuis – als een stille getuige van de modernistische droom van architect Enrique Nieto. Dit is niet zomaar een gebouw: het is een nalatenschap, een laatste meesterwerk van een man die Melilla vormgaf met lijnen, licht en lef. Zijn gevel is rijk aan geometrische patronen, grote raampartijen die het licht uitnodigen, florale motieven en sierlijke pinakels die omhoog reiken als een gebed tot de hemel.
Nieto, geboren in Catalonië en opgeleid onder de invloed van de grote Antoni Gaudí, bracht de geest van Barcelona mee naar deze grensstad. Maar waar Gaudí bekend werd met zijn organische, vaak sprookjesachtige stijl, gaf Nieto zijn eigen stempel aan Melilla: een stijl waarin elegantie, geometrie en bloemrijke details harmonieus samenkomen.
Toen hij als jonge architect aankwam, was Melilla nog een stad in wording. De militaire autoriteiten gaven de opdrachten, maar het waren de burgers voor wie Nieto werkelijk bouwde. Zijn pen en passie vormden de stad: van woonhuizen tot warenhuizen, van theaters tot publieke pleinen. Meer dan 500 gebouwen in Melilla dragen zijn handtekening, een ongelooflijke erfenis.
Wandelend door de wijk Ensanche Modernista word je omringd door zijn werk, met Huis Melul als zijn meesterwerk. Onze ogen dwalen over de gevel en zien de typische kenmerken van deze architectuurstijl: de subtiele bloemmotieven die het beton sieren, de strakke lijnen en geometrische patronen die het oog leiden, en de grote ramen die licht en lucht uitnodigen. Enrique Nieto stierf in 1957, maar zijn geest leeft voort in elke gevel, elk ornament, elke schaduw die over de stad valt wanneer de zon ondergaat.
En niet ver van hier ligt Park Hernández, een verborgen oase in het hart van de stad. Het park nodigt uit tot een moment van rust tussen de bomen en het groen, terwijl de zon door het bladerdak speelt.
Na een dag vol bewondering voor de modernistische pracht van Melilla is er niets heerlijkers dan je smaakpapillen te verwennen met de rijke smaken van zowel de Marokkaanse als de Spaanse keuken. In de levendige wijk Ensanche Modernista bevindt zich Restaurante Casa Sadia, een plek waar cultuur en gastronomie samenkomen in een betoverende mix.
Op het menu staan heerlijke traditionele Marokkaanse tajines, rijk gevuld met geurige kruiden, zachte groenten en mals vlees: van de zilte aroma’s van de Middellandse Zee tot de kruidige invloeden uit het Zuiden van Marokko.
Met ongeveer 85.000 inwoners is Melilla klein in omvang, maar groots in diversiteit. De stad ademt geen verdeeldheid, maar verbondenheid. Er leven vijf geloofsgemeenschappen al generaties lang vreedzaam samen: katholieken, moslims, joden, hindoes, en de zigeunergemeenschap.
In de Kerk van het Heilig Hart branden kaarsen in serene stilte. De kerk zelf is van een ander soort modernisme. Het is niet rijkelijk versierd zoals de gebouwen er om heen, maar straalt een sobere, bijna militaire elegantie uit. Dit “eclectische modernisme” zoals het hier wordt genoemd, weerspiegelt een strengere, meer ingetogen stijl, passend bij de militaire geschiedenis van de stad.
Bij de centrale moskee trekken de oproep tot gebed en de geur van wierook je naar binnen en even verderop klinkt het gefluister van gebeden in de synagoge Or Zaruah: een klein, maar trots symbool van de Joodse gemeenschap.
“Wij zijn pantheïsten. Dat betekent dat we al het goede uit andere religies accepteren.” Met deze woorden begint een lid van de Indiase gemeenschap in Melilla zijn verhaal, terwijl hij rondleidt in de kleine maar sfeervolle hindoetempel van de stad. Zijn toon is rustig, zijn blik oprecht. Wat hij vertelt, is geworteld in een levenshouding die doordrenkt is van openheid en respect: voor andere geloven, voor andere mensen, en voor het verleden van zijn volk.
“Wij zijn Sindhi’s. Onze ouders kwamen uit India. Maar ik ben hier geboren, in Melilla. In de jaren ’50 en ’60 groeide onze gemeenschap sterk, dankzij Melilla’s status als vrijhandelszone (puerto franco).”
De hoofdstraat van Melilla – de Avenida – stond vol met winkels van Sindhi-ondernemers. Klanten kwamen uit heel Spanje, aangetrokken door de lage prijzen en belastingvoordelen. Maar de tijden zijn veranderd. De vrijhandel werd beperkt, de grens met Marokko sloot gedeeltelijk, en het aantal militairen in de stad nam af. “Vroeger waren hier 20.000 soldaten. Iedereen werkte in winkels, iedereen verkocht iets. Nu zijn we met veel minder handelaars. Maar we blijven.”
De tempel zelf is een ontmoetingsplek: voor gebed, yogalessen, meditatie, en gemeenschap. De tempel zelf is vol betekenis. Overal zie je beelden van Ganesh, de olifantsgod die symbool staat voor wijsheid en een nieuw begin. Aan een wand hangt een kleurrijke muurschildering met de symbolen van de vijf religies en citaat van Gandhi: “De verschillende religies zijn als prachtige bloemen in dezelfde tuin.”
Na een ochtend vol ontmoetingen met leden van verschillende geloofsgemeenschappen, wandelen we opnieuw richting de Ensanche Modernista: een elegante wijk met statige gevels, rustige straten en een sfeer die ergens tussen Andalusië en Noord-Afrika zweeft. Hier, op een zonovergoten hoek, vinden we Restaurant La Traviata.
Het is 13:30 uur en de stad is nog in rust. In Spanje luncht men pas veel later, dus we hebben het restaurant bijna voor ons alleen. De eigenaar, een vriendelijke man met een passie voor zijn vak, begroet ons persoonlijk. Hij neemt ons mee naar onze tafel, maar niet voordat hij trots enkele van de dagverse vissen aanwijst, blinkend op ijs, rechtstreeks uit de Middellandse Zee.
Een onverwacht hoogtepunt van ons bezoek aan Melilla is de begraafplaats Purísima Concepción. In de luwte van cipressen en met uitzicht op zee ademt deze plek geschiedenis, herinnering en een diep respect voor het leven, en het hiernamaals.
Wat meteen opvalt is hoe divers deze begraafplaats is. Niet alleen herbergt ze indrukwekkende mausolea voor gevallen soldaten, afkomstig uit verschillende oorlogen en militaire missies; ook de indeling zelf vertelt iets wezenlijks over Melilla. Hier liggen namelijk het katholieke en het joodse kerkhof zij aan zij, letterlijk gescheiden door slechts een lage muur, figuurlijk verbonden door de dagelijkse realiteit van samenleven.
Vervolgens bezoeken we de Mezquita del Toreo, de enige nog actieve stierenarena op het Afrikaanse continent. Het is een bijzondere en controversiële plek, waar eeuwenoude tradities nog steeds worden gekoesterd. Ondanks de discussies rondom het stierenvechten, blijft deze arena een belangrijk cultureel symbool waar het verleden levend wordt gehouden, terwijl elders deze tradities langzaam verdwijnen.
Voor het laatste avondmaal is Restaurant Miguel Benítez, aan het Paseo Marítimo, de perfecte plek. Terwijl de zon langzaam in de zee zakt en vissersboten terugkeren, genieten wij van heerlijk gefrituurde vis en een frisse salade met scampi’s. Het is een afsluiting in schoonheid: van een reis, van een ervaring, van een ontmoeting met een stad die je niet snel vergeet.