Ontdek elke dag een artikel over een inspirerende bestemming: duurzaam, ecologisch en respectvol
In Nederlands-Limburg, in Valkenburg, in het schitterende Ingendael, zijn we te gast in Château St. Gerlach. Een landgoed vol herinneringen en met een overweldigende schoonheid en grandeur. Het voormalige klooster en pachthof zijn omgetoverd tot hotelkamers, suites en huiselijke hotelappartementen. De uitgestrekte parken, de baroktuinen, de Rozentuin, het fruitarboretum en de wijngaard zorgen voor een koninklijke ervaring.
Het hotelkasteel is de ideale uitvalsbasis voor een prachtige wandeling doorheen het heuvellandschap van Nederlands-Limburg. Mountainbiken doe je in de grotten van Valkenburg. En vanuit het centrum van Valkenburg wandel je in een kwartiertje de Cauberg op, een helling – berg is wat te optimistisch – bekend van de Amstel Gold Race.
Vanuit Château St. Gerlach kan je ook een bezoek brengen aan een museum in Aken of de opera in Luik. Voor een dagje shoppen kan je terecht in Hasselt. Allemaal erg dichtbij vanuit Nederlands-Limburg. De meest typische stad in de buurt is zeker Maastricht. De Maastrichters gaan er prat op dat hun stad de ‘meest buitenlandse stad van Nederland’ is. Met naast de Franse zwier ook de Limburgse gastvrijheid en veel aandacht voor het goede leven.
‘Sjiek keukske’, zegt de mevrouw naast ons tegen haar overbuur. Ze neemt een tweede hapje en knikt goedkeurend. Op het terras van Café Zuid genieten we van de zon en het fraaie uitzicht op de Maas. Om ons heen gonst zangerig Maastrichts dialect. Dat geeft meteen een vakantiegevoel. Het woord ‘sjiek’ valt hier vaak. Smaakvol, met zwier, elegant, zo verklaart de Diksjenaer van ’t Mestreechs het woord. En ongetwijfeld een verbastering van het Franse woord chique. De Franse invloeden van de overheersers van weleer zijn er vandaag nog steeds.
In Maastricht is Café Sjiek een begrip: een gezellig eetcafé met de culinaire kwaliteit van een goed restaurant. Bij mooi weer kan je ook aan de overkant van de straat zitten op een terrasje in het historische stadspark. Het huis werd gesticht in 1982 en vormt een vast onderdeel van vele uitstapjes naar de stad. Het is er altijd gezellig druk, en reserveren is niet mogelijk. Soms moet je wel een uur wachten… maar voor je het weet ben je in gesprek met je buur die uit Sint-Truiden komt, of je overbuurvrouw uit Noord-Brabant. Het meest luidruchtig zijn wel de plaatselijke Maastrichter ‘habitués’… De kaart presenteert gerechten uit de regio, zoals zuurvlees, bloedworst of een schotel met zuurkool.
We lopen vanuit Café Sjiek naar het Vrijthof: een prachtig open plein, waar André Rieu regelmatig zijn zonovergoten weelderige concerten geeft. Het plein is niet het enige grote stadsplein. Iets verderop komen we opnieuw op een groot plein uit: de Markt van Maastricht met centraal het stadhuis. Via de Maasboulevard langs de oevers van de Maas zakken we vervolgens af naar de Hoge Brug: een loop- en fietsbrug over de rivier vanuit het oude centrum naar de nieuwere wijk Céramique aan de overkant. Daar kom je op Plein 1992: moderne architectuur die herinnert aan het Verdrag. De buurt is het domein van creatieven en studenten: je vindt hier het Bonnefantenmuseum, het Centre Céramique met de stadsbibliotheek en een rits tentoonstellingen en collecties. Voor studenten is de brug een zegen: aan de overkant in het oude centrum net achter het riviertje de Jeker liggen de Maastricht University en de Toneelacademie. Nog wat verderop aan het moderne Herdenkingsplein studeert men aan de Academy of Architecture.
Maastricht heeft zijn eigen wijnen. Niet zo bekend, maar van verrassend goede kwaliteit. Precies op de plaats waar Zonnekoning Lodewijk XIV stond bij de belegering van Maastricht in 1673, staat nu De Apostelhoeve. Dat is de bekendste wijnboerderij van Nederland. De wijngaarden zijn prachtig gelegen op de zuidelijke hellingen van het Jekerdal aan de rand van de stad. In de verte zien we de karakteristieke torens van de Sint-Servaasbasiliek en de Sint-Janskerk oprijzen boven de stad. De late Middeleeuwen waren de hoogdagen van de Maastrichtse wijnbouw. Later vernietigde Napoleon de wijngaarden: hij vond dat wijn alleen in Frankrijk mocht gemaakt worden. In 1970 startte de familie Hulst opnieuw met wijnbouw op De Apostelhoeve. Een topmoment in de geschiedenis van De Apostelhoeve was ongetwijfeld de Eurotop die in 1991-1992 in Maastricht doorgang vond. Tijdens die top werd de Riesling van De Apostelhoeve geschonken. De toenmalige Nederlandse minister-president Ruud Lubbers beloofde de Franse president Mitterand diens leeftijd in flessen van De Apostelhoeve wanneer het topoverleg zou slagen. En in 1992 was het zover: met het verdrag van Maastricht werd de Europese Unie opgericht en de basis gelegd voor de Economische en Monetaire Unie en de Euro-munt.
We rijden vanuit Château St. Gerlach over de landsgrens België en de Voerstreek binnen. De zes Voerdorpjes bevinden zich aan kronkelende beken in een prachtige vallei. Om tien uur ’s ochtends kan je een speld horen vallen op het marktplein van ’s-Gravenvoeren. Wij bevinden ons in het grootste dorpje van de Voerstreek, ten oosten van de Maas, op een halfuurtje rijden van Maastricht en Luik. De eerste wandelaars in stevige stapschoenen lopen het bezoekerscentrum binnen. Onze gids staat ons al op te wachten. Hij geeft ons meteen een gouden raad: ‘Verwacht hier geen groot spektakel. Laat je verrassen door de charme van de kleine dingen in het landschap: meidoornhagen, knotwilgen, sleedoorn, oude hoogstamfruitbomen, houtwallen… En geniet van de rust!’
Aan de rand van ’s-Gravenvoeren slaan we de eerste ‘holle’ weg in. In Voeren liggen de dorpjes in het dal langs het water. Door eeuwenlang met paard en kar de hellingen op en af te rijden hebben de boeren de weg uitgehold. Na een steile klim te voet genieten we van het fraaie vergezicht over het Voerdal: onder ons ontvouwt zich een lappendeken van groene akkers en weilanden. Het romantische plaatje met dorpjes, kapelletjes en imposante oude hoeven lijkt voor eeuwig bevroren. Onderweg naar Sint-Martens-Voeren zien we de typische graften, begroeide ‘treden’ in het landschap. Die zijn het werk van de landbouwers: zij rooiden een strook bos om meer akkergrond vrij te maken en lieten dwars op de helling ‘een houtkant’ staan. Tussen de meidoorn, sleedoorn, hazelaar, es en iep wemelt het nu van de vogels. Een oude boerin klimt op de ladder die tegen een hoge appelboom staat. Zij vult haar mand, net zoals vroeger. Honderd jaar geleden kweekten de boeren – om wat bij te verdienen of voor eigen gebruik – appels en peren. In de meeste fruitstreken moesten de traditionele hoogstambomen plaats ruimen voor laagstam, maar niet in de Voerstreek. Onze gids legt uit: ‘Wij houden onze oude appel- en perenbomen bewust in stand. Veel moeilijker om te plukken, inderdaad, maar je kunt ze echt niet wegdenken uit ons landschap!’
Voor de lunch verplaatsen we ons naar Teuven. Wij nemen plaats op het zonnige terras van herberg Moeder De Gans. Ik kies de forel met mierikswortelsaus, aan de overkant stoofvlees op Limburgse wijze. Dat is ‘in een saus van bier, verse champignons, uien en stroop’. De kaasschotel achteraf geurt naar het nabije Land van Herve. Wij ronden af met een stevig stuk huisgemaakte appeltaart. Minder moet niet.
Na het middageten trekken wij richting Sint-Pieters-Voeren, het kleinste dorpje van Voeren. Zeldzaam zijn de Vlaamse dorpen waar de kerk midden in een weide staat, zoals hier. Verder zijn er nauwelijks huizen te bespeuren. Wel waakt een imposant kasteel in Maaslandse renaissancestijl over het dorpje. Al sinds de dertiende eeuw stond op deze plek een Commanderij van de Duitse Orde. Die orde zag het als haar taak om pelgrims en kruisvaarders bescherming te bieden. Om dat te bekostigen had de orde heel wat bezittingen in Sint-Pieters-Voeren. Het kasteel zelf mogen we niet bezoeken, aangezien het nu in privéhanden is. We kunnen wel in de tuinen en rond de vijvers wandelen. Daarin zwemmen tienduizend forellen en steuren. Die worden er gekweekt tot prachtige, vlezige exemplaren. De Duitse ridders schepten hier al sinds de zeventiende eeuw hun vissen uit het water van de Voer. De bron hiervan ligt in het kasteelpark – je kunt ernaartoe wandelen. De forellen werden in Maastricht opgediend bij grote feesten. Sindsdien is de viskweek nooit stilgevallen. We laten ons zelf een bordje foreltoastjes opdienen: gerookt, gekookt en verwerkt tot mousse. Ondertussen worden de borden met gegrilde forellen aan de lopende band uit de keuken gedragen. Geen Voerens restaurant dat géén forel van Sint-Pieters-Voeren op de kaart heeft gezet.
Op de terugweg naar ’s-Gravenvoeren passeren wij enkele puffende fietsers. Geen wonder, want Voeren is niet alleen de meest oostelijke, maar ook de hoogst gelegen gemeente van Vlaanderen. Vooral rond Teuven en Remersdaal zijn de hellingen erg taai. Daardoor is Voeren ook een waar fietsparadijs, al is de fiets met elektrische hulpbatterij vaak meer dan welkom. In Remersdaal bevindt zich het hoogste punt van de Voerstreek én Vlaanderen, welgeteld 287,5 meter boven de zeespiegel. Daar sta je op het dak van Vlaanderen.
Wanneer de bomen verdwijnen, belanden we in een zonovergoten vallei. Weiden lopen uit natte komgronden, waarin de Veursbeek ontspringt. We krijgen een handvol vakwerkhuizen in het vizier, het gehuchtje Veurs kan niet veraf zijn. Het zijn typische woningen die opgetrokken werden met materialen die de inwoners in hun directe omgeving vonden. Onze gids legt uit: ‘Die huizen werden op een heel speciale manier gebouwd. Eerst vlocht men het raamwerk met wilg en els, daarna werd het gevuld met een mengsel van leem, gekapt stro en paarden- of varkensurine.’ Vakwerk, zo’n huis.