Ontdek elke dag een artikel over een inspirerende bestemming: duurzaam, ecologisch en respectvol
Vanuit Zuid-Limburg in Nederland bezoeken we Voeren. Onze uitvalsbasis is het prachtige Château Neercanne. In 2024 werd het bestaande restaurant – met Michelin-ster – aangevuld met een sfeervolle overnachtingsmogelijkheid. Ideaal voor wie de regio wil verkennen, voor wie rustig wil relaxen, en voor wie na lekker dineren heerlijk wil uitslapen. Tijdens ons bezoek aan het hotel genieten we van onze ruime suite, met extra zacht bed en met prinselijk bad. Het ontbijt wordt opgediend in de authentieke torenkamer, met de ruimste keuze aan gerechten en met zicht over de terrassen en tuinen en de omliggende velden. ’s Avonds dineren we in het sterrestaurant: een mooie opbouw van verse en smaakvolle gerechten, met soms onvermoede smaaksensaties en met een verrassende selectie wijnen.
Château Neercanne ligt aan de rand van Nederlandse Maastricht, op de grens met België en het Belgische dorp Kanne. Het unieke terrassenkasteel, het enige van Nederland, nodigt bezoekers uit om te verdwalen in een wereld waar historische pracht en hedendaags comfort naadloos samensmelten. Hier wandel je door eeuwenoude baroktuinen, waar het uitzicht over de Jeker-vallei je adem beneemt, en proef je culinaire hoogstandjes in een setting die de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan. Vanuit Neercanne brengt een pittoreske autorit – over berg en dal en door Nederland en Vlaanderen en Wallonië – je naar de Voerstreek.
De Voerstreek is het best verstopte stukje Vlaanderen. Ongebreidelde vooruitgang en moderne trends hebben er geen vat op het verleidelijke landschap. We dalen af in een prachtige vallei. Onder hoogstamkerselaars lummelt bij een kronkelende beek een kudde koeien. Op de binnenplaats van een boerderij zien we drie vrolijke oudjes een stuk vlaai smakelijk binnenspelen. De postbode houdt ons tegen en zegt dat er even verderop twee reeën in een weide grazen. Het zijn geen toevallige ontmoetingen. Zo is de Voerstreek. In de Voerstreek lijkt de tijd stil te staan. In deze Limburgse enclave begeestert een ongerept landschap van fruitboomgaarden iedereen. De zes Voerdorpjes bevinden zich aan kronkelende beken in een prachtige vallei. Proef in deze betoverende regio van de heerlijke lokale producten als forel, stroop van gestoofde peren en zure appelwijn.
Wij huren een fiets met een elektrische hulpbatterij. Voeren is immers niet alleen de meest oostelijke gemeente van Vlaanderen, maar ook de hoogste gelegen. Vooral rond Teuven en Remersdaal wachten enkele taaie hellingen. Daar is de elektrische trapondersteuning welkom. We tekenen op het Limburgse fietsroutenetwerk een lus van net geen veertig kilometer uit.
Vanuit ’s-Gravenvoeren klimmen we geleidelijk naar de grens met Nederland. Door een holle weg bereiken we een boomloos plateau met een eenzame boerderij en een grenspaal. Aan Nederlandse zijde herkennen we de torenspitsen van Mheer en Noorbeek. Aan de Belgische zuidzijde strekt zich een panorama uit waarbij we even moeten gaan zitten. De hele Voerstreek ligt er aan onze voeten. Daarachter herkennen we het golvende Land van Herve en de mijnterril van Blégny. De stad achteraan in dat decor kan alleen maar Luik zijn. In het westen liggen Maastricht en de Limburgse steenkoolmijnen. In het oosten priemt de uitkijktoren op het drielandenpunt bij Vaals boven een bos uit. ‘Heerbaan’ lezen we op het naambordje. De Romeinen wisten al waar ze een strategische weg moesten aanleggen. Hoog op de heuvelkam, daar heb je het beste zicht. We fietsen verder. We hebben geen idee of dit nu België of Nederland is. Ook van Ulvend is de nationaliteit niet duidelijk, maar dat is dan ook niet belangrijk. Dat gehucht is een kruispunt met een tros boerderijen, een wegwijzer die woonkernen vermeldt die nauwelijks de kaart halen, en grenspaal 21 in een tuin.
Via een ander grensgehucht, De Plank, dalen we in sneltreinvaart af naar Teuven. Op weg naar de kerk wacht nog een steile klim. Even voorbij de kerk stappen we af bij Restaurant Café Modern. Waar vroeger de meisjes en jongens uit Teuven naar de lagere school gingen, is nu “Modern”. Het is een restaurant-café in een historisch pand met een verhaal, en waar de luxe sfeer en oude ziel prachtig werd behouden. De terrassen aan weerszijden waren vroeger de speelplaatsen van de schoolkinderen. De kleerhaakjes in de gang en de oude schoolborden zijn stille getuigen van het verleden. Naast de bar hangt een origineel elektronisch Decap orgel uit 1958, inclusief de bewegende instrumenten accordeon, drumstel en saxofoon. Het orgel werkt op papieren partituren. Onze gastheer is een enthousiaste muziekliefhebber, die houdt van jazz en klassiek – maar ook de Maastrichtse vedette André Rieu is wel OK. ‘Spijtig genoeg hebben we enkel orgelpartituren met volkse deuntjes en polka’s… maar dat zorgt wel voor ambiance. Bezoekers kunnen zelf het orgel aanzetten, en dansen en meezingen!’ Dan nodigt hij ons uit voor een ‘quatre mains’ op de piano in de hoek. Hij leidt de minder ervaren pianospeelster vlot door een meeslepende eigen compositie.
Dan gaat het verder per fiets naar het gehucht Obsinnich. Daar staat bij de Gulp een van de vijf kastelen van de Voerstreek. Veilig in de vallei en beschermd door dichte bossen op de heuvels rondom. Remersdaal is vervolgens het meest afgelegen Voerdorp. In Remersdaal ligt het hoogste punt van de Voerstreek én van Vlaanderen. Wanneer we de lange klim uit het dorp op het kruispunt met de N648 achter de kiezen hebben, staan we bijna op dat dak van Vlaanderen. Dat echte hoogste punt ligt nog een beetje zuidelijker, op precies 287,5 meter.
We trotseren een steile en kronkelende afdaling door het Veursbos naar het gehucht Veurs. Wanneer de bomen verdwijnen, belanden we in een zonovergoten vallei. Weiden lopen uit de natte komgronden, waarin de Veursbeek ontspringt. Er werd een nieuwe hoogstamboomgaard aangeplant. Nog steeds in een stevig dalen tempo bereiken we het kleinste Voerdorpje, Sint-Pieters-Voeren. Hier zijn nauwelijks huizen. Een kasteel is er wel, al sinds de 13de eeuw was die in handen van de Duitse Orde. Zij boden bescherming en onderdak aan kruisvaarders en pelgrims en bezaten heel wat landerijen. In de omliggende tuinen en vijvers kweekt men forellen en steuren. De Duitse ridders haalden in de 17de eeuw hier al hun forellen om op te dienen op de grote feestmaaltijden.